Ze ligt in haar volle lengte tegen me aan en voelt als een rubberachtige aal. Een aal met armen dan. Als dit een zij is, daar ga ik van uit. Ze is namelijk wel een beetje zacht en ze is kleiner dan ik, haar voeten komen tot mijn kuiten. Nee, ik schuif niet op. Schuif jij maar op. Ik heb hier geen ruimte. Ze heeft hetzelfde tempo, ik voel haar rechter arm draaien en ik ben mij bewust van het simultaan draaien van mijn linker arm.

Wonderlijk hoe gesmeerd dit loopt. Het is bloedirritant, dat wel, zo’n wildvreemde echt veel te ver in mijn persoonlijke ruimte. Toch zijn het alleen vingers die af en toe kletsen. Dat is heel anders dan een kilometer geleden, toen ik in de kluwen van de start de klappen en de trappen opving. Nee. Ik gá niet aan de kant, ik hark hier rechts al door de waterlelies.

 

Nee, ik schuif niet op. Schuif jij maar op. Ik heb hier geen ruimte.

Onwerkelijk is dit. De zon schijnt uitbundig in het bruine water. Daardoor kan ik mijn eigen armen zien oplichten. Om de beurt. Bij elke slag op rechts word ik verblind en zie ik in de seconde die ik naar adem hap een fragment van een overbelichte film. Onder een brug is het even donker en juist als mijn ogen daaraan gewend zijn, kom ik er weer onder vandaan. Ik trek mijn hoofd nog eens iets op en kijk naar voren: een flits van de oude stadspoort boven de waterspiegel halverwege mijn brilletje.

Waar is die aal gebleven eigenlijk? Ik voel haar al even niet meer. Ze moet toch in de buurt zijn, maar dat is niet mijn zorg. Goed m’n slag afmaken, regelmatig ademhalen en m’n benen niet vergeten. Weer een bocht naar links, ik heb geen idee van afstand maar de zon laat ik nu eindelijk achter mij. Nog meer goed nieuws, ik herken de tuin met uitbundige gele bloemen die ik in mijn hoofd heb geprent als ‘het begin van het eind’.

Het is hier wel smal, maar ik zwem alleen. Denk ik, want ik zie dus niks op links, ik adem alleen rechts. Toch maar eens serieus trainen op één op drie ademen. Veel boten aan de kade, grachtenpanden en een bordje dat bungelt aan de brug: nog 350 meter te gaan. Dat kan ik wel. Denk aan m’n slag, goed afmaken. Regelmatig blijven ademhalen en m’n benen niet vergeten. Daar is het start- en finishterrein. Ik ben er bijna.

Vorige artikel

Uitgaande van het principe 'ieder z'n kwaliteiten', neemt Pakt het schrijven graag van je over. Lees eens verder op deze website, misschien kan ik (in de toekomst) iets voor jouw bedrijf betekenen?

lees meer..

Groet!

handtekening_miep.jpg